Vierkante meter berekenen: oppervlakte van elke ruimte
Vierkante meter berekenen voor elke kamer: lengte × breedte, L-vormen, driehoeken en cirkels, cm² naar m², snijverlies voor vloeren en muren voor verf.
9 oktober 2026

Vierkante meter calculator
- Totaal
- 23 m²
- sq ft
- 247,57 sq ft
- Met 10% extra voor vloeren
- 25,3 m²
Een oppervlakte in vierkante meters bereken je door de lengte en de breedte in meters met elkaar te vermenigvuldigen. Een kamer van 4,20 m lang en 3,60 m breed is 4,20 × 3,60 = 15,12 m². Is de ruimte geen rechthoek, verdeel de vloer dan in rechthoeken, reken elk stuk uit en tel ze op. De rekenhulp hierboven doet het optellen voor je.
Wat je nodig hebt
- Een rolmaat of meetlint van minstens 5 meter. Voor grote kamers is 8 meter handiger.
- Papier en een potlood om de plattegrond te schetsen en elke maat erbij te schrijven.
- Iemand die het andere eind vasthoudt bij lange afstanden.
Meet van muur tot muur op vloerhoogte, langs de plint. Lijken de muren niet helemaal recht, meet dan op twee plekken en neem de grootste maat als je materiaal gaat kopen.

Oppervlakte berekenen van een rechthoek
De meeste kamers zijn rechthoekig. De formule is:
Oppervlakte (m²) = lengte (m) × breedte (m)
Reken altijd in dezelfde eenheid. Heb je in centimeters gemeten, zet de maten dan eerst om naar meters door ze door 100 te delen: 420 cm wordt 4,20 m. Vermenigvuldig je de centimeters direct, dan krijg je vierkante centimeters. Die deel je door 10.000, niet door 100, omdat een vierkante meter 100 cm × 100 cm is. 420 × 360 = 151.200 cm², en 151.200 ÷ 10.000 = 15,12 m².
| Eenheid | Gelijk aan 1 m² |
|---|---|
| Vierkante decimeter | 100 dm² |
| Vierkante centimeter | 10.000 cm² |
| Vierkante millimeter | 1.000.000 mm² |
| Vierkante voet | 10,76 ft² |
Een are is 100 m² en een hectare 10.000 m². Die eenheden kom je tegen bij tuinen en kavels.
L-vormige en onregelmatige kamers
Teken de kamer van bovenaf en verdeel hem in rechthoeken die niet overlappen. Reken elke rechthoek uit en tel de uitkomsten op.
Neem een L-vormige woonkamer. Het hoofddeel is 6,00 × 4,00 m en de uitbouw 3,00 × 2,50 m:
- Hoofddeel: 6,00 × 4,00 = 24,00 m²
- Uitbouw: 3,00 × 2,50 = 7,50 m²
- Totaal: 24,00 + 7,50 = 31,50 m²
Je kunt ook de omringende rechthoek meten en de ontbrekende hoek eraf halen: 6,00 × 6,50 = 39,00 m², min de lege hoek van 3,00 × 2,50 = 7,50 m², is ook 31,50 m². Kies de manier waarvoor je de minste maten nodig hebt. Een nis, inbouwkast of erker reken je als een eigen klein stuk en tel je erbij.
Driehoeken, trapezia en cirkels
Sommige ruimtes hebben een schuine wand of een rond deel.
- Driehoek: oppervlakte = ½ × basis × hoogte. De hoogte meet je haaks op de basis, niet langs de schuine zijde. Een driehoek met een basis van 3,00 m en een hoogte van 2,40 m is ½ × 3,00 × 2,40 = 3,60 m².
- Trapezium: bij een kamer met één schuine wand zijn de twee evenwijdige wanden verschillend lang. Tel ze op, deel door 2 en vermenigvuldig met de afstand ertussen. Wanden van 4,00 en 3,00 m op 2,50 m afstand: (4,00 + 3,00) ÷ 2 × 2,50 = 8,75 m².
- Cirkel: oppervlakte = π × r², met r de straal (de halve diameter) en π ≈ 3,1416. Een rond terras van 2,00 m doorsnee heeft een straal van 1,00 m, dus 3,14 m².
- Halve cirkel: reken de hele cirkel uit en deel door 2. Een ronde erker van 2,40 m breed: 3,1416 × 1,20 × 1,20 = 4,52 m², gedeeld door 2 is 2,26 m².
Uitgewerkt voorbeeld
Hieronder een complete benedenverdieping, stuk voor stuk gemeten. Dit zijn de maten die je in de rekenhulp hierboven invult.
| Ruimte | Maten | m² |
|---|---|---|
| Woonkamer (hoofddeel) | 6,00 × 4,00 m | 24,00 |
| Woonkamer (uitbouw) | 3,00 × 2,50 m | 7,50 |
| Keuken | 3,20 × 2,70 m | 8,64 |
| Gang | 4,50 × 1,20 m | 5,40 |
| Slaapkamer | 3,85 × 3,40 m | 13,09 |
| Badkamer | 2,10 × 1,80 m | 3,78 |
| Totaal | 62,41 | |
| Totaal + 10% snijverlies | 68,65 |
Leg je overal dezelfde vloer, dan bestel je dus zo’n 68,7 m². Zit laminaat in pakken van 2,22 m², dan is dat 68,65 ÷ 2,22 = 30,9, dus 31 pakken. Rond altijd naar boven af op hele pakken.
Snijverlies bij vloeren
Koop altijd meer materiaal dan de gemeten oppervlakte. Bij muren, deuren en leidingen zaag je stukken af, en soms is een plank of tegel beschadigd.
Voor een recht legpatroon in een eenvoudige kamer rekent men vaak 5 tot 10 procent extra. Visgraat en diagonaal leggen geven meer afval, daar houden leggers vaak 15 procent of meer aan. Grote tegels en kamers met veel hoeken verhogen het percentage ook. Het juiste getal hangt af van het product, dus kijk in de legvoorschriften of vraag het de winkel. De rekenhulp toont het totaal met 10 procent erbij als startpunt.
Bewaar na het leggen een pak. Later precies dezelfde partij vinden voor een reparatie is lastig.
Muuroppervlakte voor verf of behang
Voor muren meet je de omtrek van de kamer en vermenigvuldig je die met de plafondhoogte:
Muuroppervlakte = (som van alle wanden) × plafondhoogte
Een kamer van 4,20 × 3,60 m heeft een omtrek van 2 × (4,20 + 3,60) = 15,60 m. Met een plafond van 2,60 m is dat 15,60 × 2,60 = 40,56 m² muur.
Haal er daarna de deuren en ramen af die je niet schildert. Meet ze op: een deur van 0,83 × 2,01 m is 1,67 m², een raam van 1,50 × 1,20 m is 1,80 m². Dan blijft er 40,56 − 1,67 − 1,80 = 37,09 m² over. Vermenigvuldig met het aantal lagen en deel door het verbruik dat op het blik staat, meestal in m² per liter.
Woonoppervlakte en NEN 2580
De woonoppervlakte in een woningadvertentie of op je WOZ-beschikking is iets anders dan de som van je kamers. Sinds 2021 is de gebruiksoppervlakte de basis voor de WOZ-waarde, en taxateurs en makelaars meten die volgens dezelfde meetinstructie van de Waarderingskamer, gebaseerd op NEN 2580. Een paar regels uit die meetinstructie:
- Je meet per verdieping binnen de buitenmuren en de muren naar de buren, inclusief de binnenmuren. NEN 2580 zelf telt dragende binnenmuren niet mee, de meetinstructie wel.
- Vloer waarboven de netto hoogte lager is dan 1,50 m telt niet mee, behalve de vloer onder een trap.
- Een trapgat of vide van 4 m² of meer telt niet mee. Nissen kleiner dan 0,5 m² laat je buiten beschouwing.
- Ruimtes waarvan het hoogste punt tussen 1,50 en 2,00 m ligt, een berging en een bergzolder vallen onder overige inpandige ruimte, niet onder wonen.
Een zolder van 6,00 × 4,00 m met aan beide kanten een strook van 0,80 m onder de 1,50 m telt dus voor 6,00 × 2,40 = 14,40 m², niet voor 24,00 m². En omdat binnenmuren meetellen, kom je met je eigen optelsom per kamer meestal iets lager uit dan de officiële woonoppervlakte. Voor een officiële meting schakel je een gecertificeerde meter of makelaar in.
Oppervlakte meten met je telefoon
Wil je een snelle schatting voordat je de rolmaat pakt, dan kun je met de functie Oppervlakte in Measuring Tape & AR Ruler App met je iPhone-camera op elke hoek van de vloer tikken. De app sluit de vorm, zet bij elke zijde de lengte en toont de totale oppervlakte, ook bij een L-vorm of een schuine wand. Het rapport kun je kopiëren of delen. Meer hierover op de pagina over de app om oppervlakte te meten.

Metingen met AR komen dicht in de buurt, maar zijn niet tot op de centimeter exact, en de afwijking groeit met de afstand. Controleer de langste zijden met een rolmaat voordat je vloer bestelt of iets zaagt. Hoe de ingebouwde Meten-app van Apple werkt, lees je in iPhone meten met de Meten-app.
Bronnen
- Meetinstructie gebruiksoppervlakte woningen (versie januari 2016), Waarderingskamer: meten inclusief binnenwanden, de 1,50 m-regel, trapgaten, nissen en overige inpandige ruimte.
- Factsheet gebruiksoppervlakte, Tribuut (gemeente Lochem): gebruiksoppervlakte als basis voor de WOZ-waarde vanaf 2021, één meetinstructie op basis van NEN 2580.
